Diverse aandachtspunten voor de aangifte inkomstenbelasting 2019

Diverse aandachtspunten voor de aangifte inkomstenbelasting 2019

De aangiftetijd voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting is weer van start gegaan. Voor ons, als belastingadviseurs, gaat deze periode het hele jaar door, maar omdat wij begrijpen dat dat niet voor iedereen het geval is, zet ik hierbij wat aandachtspunten voor de aangifte van 2019 op een rijtje. Omdat er veel bij een aangifte inkomstenbelasting komt kijken en niet altijd elk punt de aandacht heeft, licht ik hierbij drie belangrijke aandachtspunten toe: één daarvan is de subsidie voor particuliere eigenaren van woonhuismonumenten.

Ben jij particuliere eigenaar van een woonhuismonument? Wellicht kom je in aanmerking voor onderstaande subsidie.

Uitgaven voor rijksmonumentenpanden zijn vanaf 1 januari 2019 niet meer fiscaal aftrekbaar in de inkomstenbelasting. De fiscale aftrek in de inkomstenbelasting is vervangen door een subsidieregeling, de zogenoemde ‘subsidie woonhuismonumenten’. Particuliere eigenaren van rijksmonumenten met een woonfunctie kunnen gebruik maken van deze subsidie. De kosten voor werkzaamheden gericht op de instandhouding, het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade voor rijksmonumenten komen voor deze subsidie in aanmerking. De subsidie bedraagt 38% van de gemaakte kosten voor instandhouding van het rijksmonument en kan worden aangevraagd op de website van Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed door middel van DigiD. Voor werkzaamheden die in 2019 aan een rijksmonument zijn verricht, kan tussen 1 maart en 30 april 2020 een subsidieaanvraag worden ingediend. Bij de aanvraag dienen gespecificeerde facturen te worden meegestuurd. Nadat de subsidieaanvraag is ingediend, kan er gevraagd worden om de noodzaak van de werkzaamheden aan te tonen. Hierbij is het van belang dat er bijvoorbeeld foto’s van de staat van het rijksmonument vóór de uitvoering van de werkzaamheden aanwezig zijn.​

Een ander belangrijk punt is de beperking hypotheekrenteaftrek.

Indien er sprake is van geen of een geringe eigenwoningschuld, is er vanaf 2019 ook belasting verschuldigd. Voorheen werd er een aftrek verleend vanwege geen of een geringe eigenwoningschuld op grond van de “Wet Hillen”. Als gevolg hiervan was er geen belasting verschuldigd. Vanaf 2019 wordt ook deze aftrek jaarlijks verminderd met 3,33%. Voor 2019 betekent dit dat nog maar 96,67% van het verschil tussen de voordelen uit eigen woning (eigenwoningforfait) minus de aftrekbare kosten en rente in aftrek kan worden gebracht in de aangifte. ​
De aftrek van het verschil tussen de voordelen uit eigen woning (eigenwoningforfait) minus de aftrekbare kosten en rente voor inkomens in de hoogste tariefschijf (> € 68.507) wordt in 2019 beperkt tot 49%.​

​Indien er sprake is van fiscaalpartnerschap en één van de partners heeft een inkomen dat in de hoogste tariefschijf (> € 68.507) valt en de andere partner heeft een inkomen dat lager is dan € 68.507, kan het wellicht voordeliger zijn om (een deel van) de hypotheekrenteaftrek toe te delen aan de minstverdienende partner. Indien de hypotheekrenteaftrek aan de meestverdienende partner wordt toegedeeld, is de beperking van de hypotheekrenteaftrek in sommige gevallen zo groot, dat het voordeliger is om de hypotheekrenteaftrek toe te delen aan de minstverdienende partner.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting​

Een ander belangrijk punt voor de aangifte inkomstenbelasting is de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Over dit onderwerp heeft de Hoge Raad onlangs nog uitspraak gedaan in geval van co-ouderschap.

Om in aanmerking te komen voor deze korting moet bij de gemeente een kind ingeschreven staan op het woonadres van de belastingplichtige. Daarnaast moet ook aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:​

  • kind is op 1 januari jonger dan 12 jaar;​
  • kind staat ten minste 6 maanden op hetzelfde woonadres als belastingplichtige ingeschreven;​
  • het arbeidsinkomen van de belastingplichtige is in 2019 minimaal € 4.993 of de belastingplichtige kwam in 2019 in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek;​
  • de belastingplichtige is alleenstaand en werkt. Indien er sprake is van fiscaal partnerschap, heeft degene met het laagste arbeidsinkomen recht op de heffingskorting.​

Indien er sprake is van co-ouderschap, dan is dit een uitzondering op bovenstaande voorwaarden. Degene bij wie het kind staat ingeschreven heeft recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Het is echter mogelijk dat de andere co-ouder eveneens recht heeft op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Dit is van toepassing als het kind ten minste 3 hele dagen per week in elk van de huishoudens verblijft. Aan deze voorwaarde wordt ook voldaan als het kind om de week bij de ene en de andere ouder verblijft. ​

Onlangs heeft de Hoge Raad beslist dat als beide ouders de zorg voor het kind gelijkelijk verdelen, het ook is toegestaan dat het kind in een periode van 14 dagen in de ene week 4 dagen en in de andere week 2 dagen bij de ouder verblijft op wiens woonadres het kind niet staat ingeschreven. Ook in deze situatie bestaat het recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Kleine greep uit de vele aandachtspunten

Dit is nog maar een kleine greep uit de vele aandachtspunten voor de aangifte inkomstenbelasting, denk bijvoorbeeld ook aan de aftrekbare kosten eigen woning, middeling (indien er sprake is van sterk wisselende inkomsten in box 1 gedurende een periode van drie achtereenvolgende jaren) of het fiscaal partnerschap. Graag sparren over één van bovenstaande onderwerpen? Of heb je hulp nodig bij het samenstellen van de belastingaangifte? Neem gerust contact met mij op via 0481-365820 of per mail (j.leijzer@bonsenreuling.nl).

Tot slot​

Gaat het niet lukken om de aangifte inkomstenbelasting 2019 voor 1 mei aanstaande bij de Belastingdienst in te dienen? Op de site van de Belastingdienst kan uitstel worden aangevraagd door middel van DigiD. Daarnaast kan dit ook telefonisch (0800-0543). Uitstel wordt al snel verleend tot 1 september 2020.​ Via een intermediair kan mogelijk uitstel worden aangevraagd tot 1 mei 2021.

Auteur

Joëlle Leijzer

Belastingadviseur BonsenReuling
Sinds 2014 ben ik werkzaam als Belastingadviseur bij BonsenReuling. Ik ontzorg de klant op fiscaal gebied, zodat de klant zich volledig kan richten op zijn corebusiness. Vooral de variatie in mijn werkzaamheden vind ik erg leuk. Zo adviseer ik klanten over vraagstukken op het gebied van onder andere de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, loonbelasting en schenkbelasting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *