De commissaris opnieuw in de btw-spotlight – misschien toch geen btw-ondernemer

De commissaris opnieuw in de btw-spotlight – misschien toch geen btw-ondernemer

In 2012 was er veel te doen over de btw-positie: de commissaris – en in het verlengde ook de toezichthouder in een Raad van Toezicht – werd geacht per 1 januari 2013 vanaf het eerste commissariaat al btw-plichtig te zijn.

In ieder geval één commissaris was het daar niet mee eens en is een procedure gestart. Het Gerechtshof Den Bosch kwam er ook niet uit, heeft twijfels en vraagt het Hof van Justitie (de hoogste btw rechter, gevestigd in Luxemburg) om uitsluitsel.

Recent heeft het Hof van Justitie zijn visie gegeven over de btw-status van de commissaris.

De commissaris in kwestie:

  • Was onafhankelijk
  • Handelde voor eigen rekening en risico
  • Bepaalde zijn eigen werkwijze
  • Verrichtte de werkzaamheden als commissaris zijnde niet op eigen naam, niet voor eigen rekening en niet voor eigen verantwoordelijkheid
  • Kon de Stichting waarvan hij commissaris was in sommige gevallen juridisch binden
  • Kon zijn bevoegdheden als commissaris niet individueel uitoefenen en verrichtte zijn werkzaamheden voor rekening en onder verantwoordelijkheid van de Stichting
  • Kreeg een vaste vergoeding (geen uren * tarief) en heeft dus geen aanzienlijke invloed op zijn inkomsten en uitgaven
  • Kon bij slecht functioneren niet gekort worden in zijn vergoeding, alleen ontslag was mogelijk nadat een specifieke procedure was gevolgd
  • Draagt geen economisch bedrijfsrisico

Onder deze omstandigheden vindt het Hof van Justitie dat de commissaris geen btw-belastingplichtige (‘btw-ondernemer’) is. Deze aanwijzing heeft het Hof dan ook gegeven aan het Nederlandse Hof. Dit Hof zal vervolgens met deze aanwijzingen op zak een uitspraak moeten doen. Mijn verwachting is dat het Hof niet anders kan dan de betreffende commissaris als niet-ondernemer aan te merken. De vraag is of het Ministerie van Financiën nog iets gaat zeggen over deze casus en zo ja, wat het Ministerie dan gaat zeggen.

Zijn alle commissarissen en toezichthouders nu geen btw-belastingplichtigen?

Of ook jullie Raad van Commissarissen (‘RvC’)-leden wel of geen btw-ondernemer zijn, hangt af van de overeenkomsten/voorwaarden waaronder zij handelen.

Maakt het verschil of één of meerdere commissariaten wordt vervuld?

In de casus die is voorgelegd aan het Hof van Justitie was sprake van één commissariaat. Voor één commissariaat dat onder dezelfde omstandigheden wordt vervuld, is btw-heffing niet aan de orde. Naar mijn mening geldt het ook voor meerdere commissariaten; voorwaarde is wel dat elke commissariaat op zichzelf geen economisch bedrijfsrisico met zich mee mag brengen.

Conclusie

Mijn inschatting is wel dat veel RvC-leden ná de voornoemde uitspraak geen btw-ondernemer meer zullen zijn, omdat ze onder vergelijkbare omstandigheden handelen als in de voorgelegde casus.

Wat nu te doen?

Kan de btw die de commissaris/toezichthouder in rekening brengt, in aftrek worden gebracht? Als de btw die deze leden nú in rekening brengen niet in aftrek kan worden gebracht, is het niet-ondernemerschap voordelig. De vraag is of geen btw wel mag/kan en is afhankelijk van de overeenkomsten/voorwaarden die gelden voor de RvC/RvT.

Mijn advies:

  1. Toets/ (laat toetsen) of de RvC/RvT-leden zich in een vergelijkbare positie bevinden als de commissaris in de Hof van Justitie-zaak.
  2. Laat in de tussentijd de RvC/RvT-leden wel btw te factureren, laat deze RvC-leden deze btw aangeven en afdragen, maar ook binnen 6 weken na betaling van de btw-aangifte (Q2 moet snel worden aangegeven!) bezwaar te laten aantekenen. In eerste aanleg zou dit pro forma kunnen. Desgewenst kan ik een ‘standaard’-pro forma bezwaarschrift verzorgen.
  3. Laat het RvC/RvT-lid in kaart brengen wat zijn/haar btw-schade is, omdat hij/zij btw op kosten niet (meer) kan aftrekken als het RvC/RvT-lid geen btw-ondernemer meer is. Mijn ervaring is dat in het algemeen de aftrek van btw bij RvC/RvT-leden/commissarissen beperkt is, maar dit kan van geval tot geval verschillen.
  4. Mocht blijken dat het RvC/RvT-lid toch btw-ondernemer is, adviseer ik na te gaan of de Kleine-ondernemersregeling die vanaf 2020 gaat gelden, nog mogelijkheden biedt. Op grond van deze regeling kunnen RvC/RvT-leden kiezen voor een btw-vrijstelling als hun omzet beneden de € 20.000 blijft. Ik adviseer om dit van geval tot geval te bekijken.

Mocht je nog vragen en/of opmerkingen hebben of nader advies willen, neem dan contact met mij op via telefoonnummer 0481-36 58 20.

Auteur

Armand Fanchamps

Btw- en overdrachtsbelastingspecialist BonsenReuling

Vanaf 2000 ben ik werkzaam als btw- en overdrachtsbelastingspecialist. Na 17 jaar bij twee van de grote vier accountants-belastingadvieskantoren te hebben gewerkt, ben ik vanaf mei 2017 werkzaam bij BonsenReuling. Ik heb in de loop van de tijd veel ervaring met vastgoed en de nationale en internationale handel opgedaan. Het liefst help ik mijn klanten: dat kan betekenen zo min mogelijk btw of overdrachtsbelasting te betalen maar ook zo min mogelijk administratieve rompslomp of een zo eenvoudig mogelijk uitvoerbare structuur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *