Grote verandering: btw en sport per 1 januari 2019 op stapel!

Grote verandering: btw en sport per 1 januari 2019 op stapel!

Het hing al een tijdje in de lucht, maar met Prinsjesdag 2018 is het zeker: de btw-heffing voor sport gaat veranderen. Voor veel gemeenten en sportstichtingen betekent deze verandering dat vanaf 1 januari 2019 niet langer btw (6%) berekend hoeft te worden. Helaas is tegelijkertijd de btw op kosten (21%) niet meer aftrekbaar! Daarmee komt een eind aan het btw-voordeel dat vanaf begin van de jaren 2000 te behalen viel.

Om dit nadeel van ongeveer 15% (grotendeels) te voorkomen, is nú actie nodig. Of de huidige structuur moet worden aangepast óf er moet op tijd subsidie worden aangevraagd.

Hieronder ga ik nader in op de aangekondigde regelingen inclusief de acties die nodig zijn.

Wat is er aan de hand?

Het was in het begin van de ‘jaren 2000’ dat sport en btw een belangrijk thema werd. Btw op kosten (21%) was rond 2004 onder de juiste voorwaarden opeens aftrekbaar tegenover de afdracht van 6% btw op opbrengsten. Al snel was daardoor minimaal 15% kostenbesparing te realiseren. Vanaf die tijd heb ik veel gemeenten en sportverenigingen/stichtingen kunnen helpen met deze kostenbesparing. Dat ging niet zonder slag of stoot, maar sinds een jaar of 10 is het rustig en werden besparingen eenvoudig gerealiseerd. Na een uitspraak van het Europese btw-hof in december 2013 wisten we al dat er een verandering zat aan te komen. De vorige kabinetten hebben het steeds vooruitgeschoven.

Het kabinet Rutte III kon er niet meer omheen en heeft dan ook al in bij het regeerakkoord aangekondigd dat er een btw-verandering voor sport zou komen. De eerste concrete voortekenen van de grote verandering werden kenbaar op 20 juli 2018, toen de Minister voor Medische Zorg twee subsidieregeling voor sport publiceerde in de Staatscourant. Eén regeling voor amateursportorganisaties en één voor gemeenten.

De ‘echte’ technische verandering voor btw en sport is opgenomen in het Belastingplan 2019. Dit wetsvoorstel is tijdens Prinsjesdag gepubliceerd.

De belangrijkste wijziging is dat niet-winstbeogende partijen vanaf 1 januari 2019 een btw-vrijstelling moeten toepassen, waar nu nog 6% btw in rekening wordt gebracht. Tegelijkertijd mag btw op kosten (21%) niet langer in aftrek worden gebracht. Dit is hét grootste nadeel van de btw-vrijstelling voor sport.

Gelukkig hoeft btw die in het verleden in aftrek is gebracht, niet te worden terugbetaald, zo valt te lezen in het wetsvoorstel. De tekst van dit voorstel lijkt ook van toepassing voor een eigenaar van een sportaccommodatie die deze accommodatie op dit moment nog btw-belast verhuurt. Als de huurder (bijvoorbeeld een sportstichting) straks de btw-vrijstelling moet toepassen, kan niet langer btw-belast worden verhuurd en zou onder de ‘normale’ regels de verhuurder btw moeten terugbetalen. Er is geen nadere toelichting gegeven of het wetsvoorstel ook op deze situaties ziet.

Op basis van de sportstructuren die ik ken en die ik mee heb geholpen op te zetten, denk ik dat veel ‘sportstichtingen’ en gemeenten onder de nieuwe vrijstelling gaan vallen.

Is het erg dat er een vrijstelling komt, waardoor btw op kosten niet aftrekbaar is?

Dat hangt ervan af, maar in veel gevallen zal de vrijstelling tot extra kosten leiden.

Staan er voorlopig geen investeringen gepland en zijn er weinig exploitatiekosten, dan zal de btw-vrijstelling niet veel problemen/extra kosten opleveren. Dit wordt heel anders als er voor begin 2019 nieuwbouw (kunstgras, kleedaccommodatie, nieuwe sporthal, etc.) gepland staat.

Misschien kan de nieuwe subsidieregeling nog uitkomst bieden. Maar let op:

Voor amateursportinstellingen geldt:

  • niet alle kosten zijn subsidiabel;
  • de subsidiepot is € 87 miljoen;
  • de aanvraag kan worden ingediend vanaf 2 januari 2019;
  • minimaal te vragen subsidie € 5.000;
  • toekenning op basis van wie het eerste komt (subsidie vraagt), wie het eerst maalt. Ben je te laat en is de pot op, dan heb je een gat van 21% in je begroting!

Voor gemeenten geldt:

  • de subsidiepot is € 152 miljoen;
  • uiterste aanleverdatum voor aanvragen voor de subsidieregeling was 30 november 2018 en is nu naar 30 april 2019;
  • toekenning op basis van totaal ingediende aanvragen; als er meer wordt aangevraagd dan in de pot zit krijgt elke gemeente naar verhouding van de ingediende aanvraag ten opzichte van het totaal;
  • er is dus geen zekerheid vooraf of alle gevraagde subsidie ook daadwerkelijke wordt toegekend!

Het enige alternatief om btw-aftrek te behouden – met de afdracht van 6% over de inkomsten – is de aanpassing van de huidige structuur zodat sprake is van winst beogen. Dat betekent dan waarschijnlijk wel dat er (een beetje) vennootschapsbelasting betaald moet worden.

Hoe regel je “winst beogen”, hoor ik je denken?

De baten moeten dan structureel hoger zijn dan de kosten. Ook de statuten en dergelijke moeten winst beogen uitdragen.

Het is helaas niet zo simpel als dat het lijkt, omdat in het Belastingplan allerlei extra maatregelen zijn aangekondigd, waardoor geen sprake is van ‘winst beogen’, ondanks behaalde overschotten. De wetgever is namelijk bang voor misbruik van het btw-systeem, als deze extra maatregelen niet aan de wet worden toegevoegd.

Wat zijn deze extra maatregelen?

Subsidies, andere inkomsten zonder btw (giften/dividend) en opbrengsten die ontstaan door meer dan een normale marktprijs te vragen voor diensten/goederen, tellen (deels) niet mee als baten. Is er een gemeente als eigenaar van de sportaccommodatie betrokken bij de huidige structuur? Dan stelt het Belastingplan ook nog als eis voor het beogen van winst dat de gemeente tenminste de integrale kosten vraagt als vergoeding. Doet de gemeente dat niet, dan is de exploitant (sportstichting) eigenlijk per definitie niet-winstbeogend en is de vrijstelling dus van toepassing.

Wat is wijsheid om nu te doen?

Ik adviseer een aantal scenario’s uit te werken. Denk daarbij niet alleen aan financiële belangen, maar ook aan de uitvoering (wat is eenvoudiger?) en indirecte gevolgen, zoals heffing van andere belastingen. Een voorbeeld van zo’n indirect gevolg is dat de heffing van overdrachtsbelasting – 6% over de waarde in het economische verkeer (!) – die aan de orde kan zijn bij de overdracht van de sportaccommodatie wanneer de sportstichting wordt opgeheven.

Ik zou tenminste de scenario’s waarin de vrijstelling/subsidie wordt gebruikt en waarin btw-heffing blijft, uitwerken. Op basis van de uitkomsten van scenario’s kan/zal een keuze worden gemaakt.

Wacht niet te lang, het is 1 januari 2019 voordat je er erg in hebt. Al snel zal de vrijstelling van toepassing zijn, als er geen zaken in gang worden gezet. Wil je gebruik maken van vrijstelling én van de subsidie dan is eveneens haast geboden: voor de subsidiepot geldt immers op = op.

Bel of mail mij gerust, mocht je vragen en/of opmerkingen hebben of als ik je kan helpen bij het maken van de keuze btw-vrijstelling of juist niet. Ik ben bereikbaar via telefoonnummer 0481-36 58 20 of per e-mail a.fanchamps@bonsenreuling.nl.

Auteur

Armand Fanchamps

Btw- en overdrachtsbelastingspecialist BonsenReuling

Vanaf 2000 ben ik werkzaam als btw- en overdrachtsbelastingspecialist. Na 17 jaar bij twee van de grote vier accountants-belastingadvieskantoren te hebben gewerkt, ben ik vanaf mei 2017 werkzaam bij BonsenReuling. Ik heb in de loop van de tijd veel ervaring met vastgoed en de nationale en internationale handel opgedaan. Het liefst help ik mijn klanten: dat kan betekenen zo min mogelijk btw of overdrachtsbelasting te betalen maar ook zo min mogelijk administratieve rompslomp of een zo eenvoudig mogelijk uitvoerbare structuur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *