Auto’s: het is niet alleen ‘borrelpraat’

Auto’s: het is niet alleen ‘borrelpraat’

Auto’s: een geliefd onderwerp om over te praten. Zeker mannen doen dat graag. Vaak gaat het over het merk, het model en de motorinhoud. Soms ook over de bijtelling inkomstenbelasting én over de btw-correctie voor privégebruik.

De auto is niet alleen ‘borrelpraat’. Discussies met de Belastingdienst zijn aan de orde van de dag en ook de rechtelijke macht mag zich er regelmatig over uitlaten. Recent heeft de Hoge Raad zich uitgesproken over de btw-correctie voor privégebruik van de auto van de zaak. Halverwege 2011 is de methodiek voor deze correctie veranderd. Veel ondernemers, vaak aangespoord door hun belastingadviseur, zijn in de pen geklommen en hebben bezwaar gemaakt tegen deze nieuwe regeling. Meer dan twee miljoen keer is er (al) bezwaar gemaakt!

Kort na 2011, zijn er in samenspraak tussen Belastingdienst en de fiscale advieswereld, vier gevallen / tien fiscale vragen uitgekozen om als ‘proef’-procedure te gelden. De volledige rechtsgang is met de uitspraken van de Hoge Raad doorlopen. En wat is de uitkomst?

  1. De invoering per halverwege 2011 is toegestaan op de manier zoals het is gegaan.
  2. De forfaitaire regeling van 2,7% komt niet volledig te vervallen, ook niet als vast komt te staan dat meer btw moet worden betaald dan op basis van de wet/richtlijn.
  3. De omvang van het privégebruik, waarvoor de correctie moet worden gemaakt, moet in beginsel vastgesteld worden op van de werkelijkheid.
  4. Ontbreken concrete gegevens om de werkelijkheid vast te stellen, dan moet een redelijke schatting worden gemaakt. Daarbij moeten alle omstandigheden van het geval worden meegenomen.
  5. Het forfait mag niet leiden tot een hogere correctie (in euro’s) dan de wettelijke regeling toestaat.
  6. Statistische gegevens kunnen behulpzaam zijn bij het vaststellen van de redelijke schatting. Doorslaggevend/noodzakelijk zijn deze gegevens volgens de Hoge Raad niet.
  7. Bij een redelijke schatting geldt in ieder geval als omstandigheden die meegenomen moeten worden:
  8. De aard van de onderneming, de zakelijke doeleinden van aanschaf, positie en de werkzaamheden binnen de onderneming van de gebruiker van de auto en de omstandigheden van het gebruik van de auto, inclusief het regelement dat geldt.
  9. De wijze van correctie van een eigen auto of en een lease-auto verschilt en volgens de Hoge Raad is dat geoorloofd.
  10. De maatstaf van heffing voor het privégebruik mag worden vastgesteld op de normale waarde. De normale waarde is: het bedrag exclusief omzetbelasting, dat in de Nederlandse markt betaald moet worden aan een zelfstandige partij voor vergelijkbaar gebruik.

Hoe verder na deze uitspraken?

Er zijn tot nu toe zo veel bezwaren ingediend dat de Staatssecretaris van Financiën in maart 2017 heeft besloten het middel ‘massaal bezwaar’ in te stellen. Dit houdt in dat de Belastingdienst binnen zes weken na de uitspraak van de Hoge Raad in vergelijkbare gevallen als in de vier proefprocedures, een uitspraak op bezwaar moet doen. Daarbij wordt de uitkomst van de procedures bij de Hoge Raad gevolgd.

Naast de voorgelegde casussen, zijn er in de praktijk nog veel meer argumenten (ingediend) om tot een lagere correctie te komen. Bij het doen van een uitspraak op bezwaar zal de Belastingdienst hierop individueel een beslissing moeten nemen, met – in het slechtste geval – een nieuwe rechtszaak om ook die gevallen door de rechter beslist te krijgen.

Wat is nu slim om te om te doen?

Als eerste adviseer ik om na te gaan of er bezwaar is aangetekend en welke argumenten zijn gebruikt.

Mijn tweede advies: ga na of de huidige correctie (2,7% van de catalogusprijs?) in euro’s redelijke correctie oplevert. Afwijken van het forfait is in de praktijk bijna altijd voordeliger, maar vergt veel meer werk. Tijd is ook geld. Gelukkig heeft de Hoge Raad het gebruik van statische gegevens niet ‘verboden’; deze gegevens kunnen ondersteunend zijn om de werkelijke kosten te bepalen.

Kortom, een kosten-batenanalyse is op zijn plaats. Vaak zijn de baten van een afwijkende methodiek vanaf zeven à tien bedrijfsauto’s al hoger dan de kosten. Bovendien blijkt – als er met een btw-bril naar gekeken wordt – dat in de administratie van ondernemingen veel meer nuttige informatie over autokosten beschikbaar is, dan gedacht.

Daarmee kunnen al dan niet samen met de statische gegevens de werkelijke kosten en bijbehorende btw worden bepaald van het privégebruik.

Als de werkelijke kosten in kaart zijn (gebracht), kan ook nog eens de meest gunstige regeling worden gekozen: is het forfait goedkoper, gebruik dan het forfait. Zo niet, dan is een goede onderbouwing van de werkelijke kosten aanwezig.

Al met al valt er dus nog veel meer over auto’s te vertellen dan het merk, het model en de kleur. Met de uitspraken van de Hoge Raad in de hand, kan misschien nog geld worden ‘bespaard’ op de auto. Hoe mooi zou dat zijn.

Indien je vragen hebt over bovenstaande en/of begeleiding nodig hebt, neem dan gerust contact met mij op via telefoonnummer 0481-36 58 20 of per e-mail a.fanchamps@bonsenreuling.nl.

Auteur

Armand Fanchamps

Btw- en overdrachtsbelastingspecialist BonsenReuling

Vanaf 2000 ben ik werkzaam als btw- en overdrachtsbelastingspecialist. Na 17 jaar bij twee van de grote vier accountants-belastingadvieskantoren te hebben gewerkt, ben ik vanaf mei 2017 werkzaam bij BonsenReuling. Ik heb in de loop van de tijd veel ervaring met vastgoed en de nationale en internationale handel opgedaan. Het liefst help ik mijn klanten: dat kan betekenen zo min mogelijk btw of overdrachtsbelasting te betalen maar ook zo min mogelijk administratieve rompslomp of een zo eenvoudig mogelijk uitvoerbare structuur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *